Reactie minister Slob op staking

Wat vindt Slob van het lerarentekort?

De minister begint het debat en noemt een aantal branches waarin er ook een tekort aan mensen is. Onderwijs staat onderaan het lijstje van sectoren waarin er een personeelstekort is. Het kan altijd erger is zijn boodschap.

De coalitiepartijen wijzen de oppositie er (terecht) op dat de problemen ontstaan zijn in de vorige kabinetten.

Hoe reageerde Slob op de staking?

“Als je uiting wil geven aan je gevoelens, dan kan dat in dit land.”

Is het structureel of incidenteel?

“Er ís structureel geld beschikbaar gesteld dat voor deze hele kabinetsperiode beschikbaar is.” Later in het debat noemt Slob het toch ook incidenteel. In gangbaar Nederlands noemen we het gewoon incidenteel.

Wie ligt er dwars? Er is toch geld genoeg? Of is het een politieke keuze?

Slob: “Dat heeft met onze staatsrechtelijke verhoudingen te maken, maar ook met de tijdsperiodes waarin je als kabinet keuzes kunt maken.”

Met andere woorden: D66 en CU willen wel maar VVD en CDA niet. En dat hadden we bij de kabinetsonderhandelingen moeten regelen, nu zijn we te laat. Dus, ja, het is een politieke keuze.

Helpt dat extra geld?

Dat ligt aan wie je het vraagt. Slob zegt dat het ook aan de krapte op de arbeidsmarkt ligt. En dat een deel van de verantwoordelijkheid bij de werkgevers zit. “Het zijn de werkgevers die de inschalingen maken bij deze cao’s en die deze opbouw in de loonschalen maken.” Veel onderwijzers worden niet beloond voor wat ze doen en blijven in de laagste schalen hangen.

Slob’s mantra is: “Er is veel geld bijgekomen. Het is echt veel. 460 miljoen. Dat is veel. Heel veel. Echt heel veel geld. We stonden bovenaan de lijstjes. Ik heb grote stappen gezet.”

Krijg ik binnenkort extra salaris op mijn bankrekening?

Nee. Waar het geld belandt, hangt af van de CAO-tafels.

Hoe zit het met ouders voor de klas?

“Ouders mogen voor de klas, maar dan wel met een bevoegdheid. Als ouders geen bevoegdheid hebben, kunnen ze soms toch ingezet worden — dat gebeurt ook met ouderparticipatie — maar niet voor deze belangrijke taak.” Waarvoor ouders dan wel ingezet mogen worden, zegt Slob niet.

Waarom is dit geld niet beschikbaar gesteld bij de kabinetsonderhandelingen?

Slob zegt over de onderhandelingen: “Dan komt een kabinet uiteindelijk met zijn voorstellen en die verdedigen wij. Ik ben blij dat er in de aanvulling op de APB nog aanvullend geld beschikbaar is gekomen …” Slob zegt eigenlijk: dat is inderdaad niet helemaal goed gegaan en dat hebben we nu gerepareerd. Slob vervolgt met: “U weet dat die verslagen van de ministerraad niet naar u toen gaan. Ik geloof dat ze pas over twintig jaar openbaar worden”. D66 heeft dus zitten slapen bij de kabinetsonderhandelingen.

Hoe groot is de kans dat er nog geld bij komt?

Klein, tenzij er langdurig en structureel gestaakt gaat worden zodat VVD en CDA gaan bewegen.

Welke opties zijn er nog?

Slob kijkt al naar de uitgang “…in de periode dat wij nog het kabinet zijn — nog zo’n anderhalf jaar, even ervan uitgaande dat we de eindstreep halen…” Slob zegt eigenlijk: laten we dit in het volgende kabinet regelen.

De oppositie wil graag dat de coalitiepartijen een uitspraak doen over de volgende regeringsperiode. De oppositie lijkt niet te begrijpen dat de staking zich niet richt tegen het kabinet maar tegen de politiek als geheel.

Commentaar bij het debat Begroting OCW (1e termijn)

Gisteren was het debat over de begroting van OCW. Wie het gemist heeft kan het debat hier terugkijken. Voor wie geen zin heeft het debat te bekijken maar toch een idee wil krijgen van wat er gezegd is, is er een samenvatting en ik heb voor mezelf wat opvallende zaken op een rijtje gezet:

  • Het debat begint met Alexander Kops van de PVV. Hij roeptoetert iets over een gebrek aan rust, reinheid, regelmaat. Als je dat aan mijn leerlingen vraagt zullen ze eerder het tegenovergestelde zeggen. Dan valt de kreet “multiculturele hel”. In de klas moet het volgens Kops weer gaan om “kennisoverdracht, puur kennisoverdracht”. Alsof dat überhaupt kan! Curriculum.nu is volgens hem ook allemaal geldverspilling. Next.
  • Dan Rudmer Heerema van de VVD. Hij is blij met de huidige aanpak, ja hij zei het echt! Noemt vervolgens een rij scholen met een hoge eigen bijdrage. Ik denk dan: dat is het gevolg van de keuzes die de VVD maakt. En zegt iets over een toename van 160% in 22 jaar. Met een inflatie van 2% is dat logisch, “rente over rente” roepen mijn leerlingen dan.
  • Leraren op de publieke tribuneLisa Westerveld van GroenLinks is de eerste die een poging doet om te achterhalen hoe het lerarentekort ontstaan is, door zwabberbeleid. Zwabberbeleid is mijns inziens het gevolg van verkiezingen om de 3 a 4 jaar, daarover straks meer.
  • Michel Rog van het CDA: Als we de WW-uitkeringen verlagen kunnen we de salarissen wellicht verhogen. “Maak het mogelijk dat leraren in de vakanties kunnen doorwerken”; hoongelach valt hem ten deel.
  • Dan Peter Kwint van de SP. Hij vult de tijd met het voorlezen van emails van leraren. Kwint heeft het vooral over het probleem maar niet over een oplossing. Hij houdt een verhaal voor de bühne. Het komt me over als een verhaaltje van de SP om kiezers te trekken.
  • Paul van Meenen van D66 begint met “onze vriendschap met het onderwijs”. Presenteert zich als slachtoffer van de situatie. Ik kan niet anders, dit is de politieke samenstelling, meer is niet haalbaar gebleken. Hij vergeet te zeggen dat de D66 bij de begrotingsonderhandelingen heeft zitten slapen. Opvallend is dat hij daarna over een vorige kabinetsperiode zegt “het bleek dat het kon toen wij het eisten”.
  • Kirsten van der Hul van de PvdA komt in eerste instantie sympathiek over. Ze krijgt een aantal keren applaus van de mensen op de publieke tribune, niet terecht naar mijn mening. De PvdA trekt een grote broek aan en speelt verontwaardiging over het huidige kabinet maar is zelf verantwoordelijk voor de bezuinigingen van een aantal jaar geleden. Van der Hul pareert vragen over het ontstaan van de loonkloof toen de PvdA aan de macht was met “ik wil vooruitkijken”. Ja, dat zou ik ook zeggen, maar kijk nu eens wél terug. Het lerarentekort is het gevolg van falend beleid.
  • Eppo Bruins van de CU verdedigt vooral het kabinetsbeleid en vindt dat dit kabinet goede stappen zet. Wil verder de verkiezingen afwachten. Verder nog iets over te weinig mannen in het PO (mee eens).

Een paar conclusies:

  1. De kwaliteit van de bijdrage aan het debat lijkt omgekeerd evenredig aan de fractiegrootte, de bijdragen van PVV, VVD en CDA blinken uit in nietszeggendheid.
  2. Het standpunt van de coalitiepartijen is: over structurele extra middelen moet een volgend kabinet beslissen. Alsof dat niet nu al zou kunnen? VVD, CDA, D66 en CU moeten eerlijk zijn en zeggen dat ze ervoor kiezen om geen extra geld naar het onderwijs te schuiven. En waarom wachten tot de volgende verkiezingen? Dan wordt het debat weer bepaald door andere onderwerpen.
  3. De coalitie heeft weinig te vrezen van de oppositiepartijen. Ik hoor weinig concrete oplossingen of een totaalplan om het lerarentekort op te lossen.
  4. Voor ons, leraren, leerlingen, ouders, is er nog maar één drukmiddel: structureel staken.

Word leraar

Als je wilt weten waarom je geen leraar moet willen worden, heb je de afgelopen dagen veel gehoord. Toch kies ik er bewust voor om leraar te zijn en leraar te blijven. Waarom?

Voordat ik leraar was, werkte ik in een testlab van het NMi. Daar werkte ik als approvals expert, een leuke baan, maar echt uitdagend was het niet. Na een paar jaar sloeg de verveling toe (ik raak snel verveeld).

Topsport

In het onderwijs is dat totaal anders. De mentale uitdaging is enorm. Je hebt veel verschillende rollen die je allemaal moet beheersen. Je bent vader, teamcoach en presentator. Maar ook scheidsrechter, manager, praatpaal, ambtenaar, entertainer, hondentrainer, schoonmaker, spelverdeler en facilitair medewerker. Je moet ieder uur een groep van 30 stuiterende pubers iets ‘leren’, wat dat ook moge zijn. Pubers zijn direct, hard, grappig, emotioneel en eerlijk. Onderwijs is topsport.

Groentje

Behalve mentaal uitdagend vergt lesgeven ook een cognitieve ontwikkeling zonder einde. Dit is mijn zevende jaar als leraar. Gisteren hadden we een studiedag met Tim Surma en ik kreeg het gevoel dat ik nog echt een groentje ben. En dat is ook zo, het duurt gemiddeld tien jaar voordat een leraar ‘volgroeid’ is. In het onderwijs kun je daarna nog alle kanten op. Je kunt je specialiseren als mentor, leerlingbegeleider, zorgcoördinator, vakexpert, coach of als leidinggevende. Je bent nooit uitgeleerd.

Geen bullshitjob

Je doet ertoe. Je speelt een rol in een ontzettend bepalende periode in het leven van een jong mens. Het verveelt nooit. Met een lach en een traan.
Gisteren, bijvoorbeeld, had ik een mooi gesprek met mijn mentorklas over racisme naar aanleiding van een opmerking van een andere leerling dat wij allemaal in een witte bubbel zitten. Ik vroeg of mijn mentorleerlingen dit herkennen.
Jack reageert als eerste: “Meneer, maar het is wel een beetje gek dat mensen die naar de zonnebank gaan om een bruin te worden toch vaak racistisch zijn.” Iedereen lacht.
Ik probeer het nog een keer: “Fadoua, jij bent van kleur, merk je dat je soms anders behandeld wordt?”
“Ja, …” Fadoua begint met praten, wil iets zeggen, begint te hakkelen, stopt dan. Ze begint opnieuw, valt stil. De tranen staan in haar ogen. De klas wordt stil, niemand zegt iets.

Word leraar

Lesgeven, leraar zijn, in het onderwijs werken, is dus intens. En dat is precies wat ik wil, intens leven. Ik wil nooit meer terug naar die saaie kantoorbaan. Spreekt dit je aan? Word ook leraar!

Mijn reactie op Curriculum.nu

Twee weken geleden kreeg ik een bericht van een oud-collega via LinkedIn. Hij is betrokken bij curriculum.nu en vraagt zich af waarom ik vooral negatieve berichten deel. Deze post is mijn reactie.

Beste …,

Door de berichten die ik deel, heb je misschien de indruk dat ik tegen onderwijsvernieuwing ben of tegen de herziening van het curriculum. Dat is niet zo. Dat het huidige curriculum onder de loep genomen wordt, is mijns inziens een goede zaak (al was het alleen al om leraren weer aan het denken te zetten). Waarom dan toch kritisch?

Aanloop naar curriculum.nu

Ik herinner me nog de hashtag #onderwijs2032. Dit platform beoogde te komen tot een toekomstbestendig curriculum. De kritiek was destijds niet van de lucht. Toenmalig staatssecretaris Sander Dekker heeft zich er niet populair mee gemaakt, en hij was zeg maar al niet echt populair. Het lijkt erop dat Slob dit project gereanimeerd heeft en vervolgens een nieuwe naam gegeven.

Wat ik me ook herinner is de voortdurende nadruk van Sander Dekker en andere onderwijsvernieuwers op 21st century skills. Meestal samengevat als “kinderen moeten leren programmeren”. Ik ben zeker niet tegen leren programmeren of het gebruik van ICT. Johannes Visser van De Correspondent heeft onderzoek gedaan naar de plotselinge populariteit van ‘coding’. Zijn conclusie is dat grote techbedrijven als Google en Microsoft miljoenen steken in de lobby voor het opnemen van computational thinking in het curriculum van het (basis)onderwijs. En daar vond de PO-raad ook iets van.

Dit zorgt ervoor dat ik niet direct overloop van enthousiasme voor curriculum.nu. Maar er is meer.

Inhoud van het nieuwe curriculum

Curriculum.nuOm eerlijk te zijn heb ik van wiskunde en wiskundedidactiek weinig verstand. Van pedagogiek, cultuur of burgerschap weet ik nog minder. Daarom beperk ik me voor het leergebied Rekenen en Wiskunde tot de reacties van de NVvW en de vakinhoudelijke experts, en de reactie van Gert Biesta voor de leergebieden Kunst en cultuur en Burgerschap.

Een paar opmerkingen uit de reacties van de NVvW:

      • Reactie op 1e tussenproduct:
        In de visie wordt op verschillende onderwerpen een standpunt ingenomen over de huidige situatie en gewenste verandering. We zijn van mening dat voor deze uitspraken een onderbouwing ontbreekt. We missen daarbij een literatuurlijst van geraadpleegde bronnen ter onderbouwing van uitspraken en de geciteerde werken in de conceptvisie op het leergebied.
      • Reactie op 2e tussenproduct:
        We missen een probleemanalyse: waar/waarom schiet het nu te kort en is extra aandacht nodig (hoe en ten koste van wat)? Oftewel: wat willen we anders doen dan we nu doen? En waarom willen we dat? In het procesverslag staat dat het overzicht bekwaamheden is gebaseerd op o.a. de wiskundige denkactiviteiten. Hieruit zijn ‘ordenen en structureren’, ‘formules manipuleren’ en ‘abstraheren’ weggelaten en ‘kritisch denken’, ‘communiceren’ en ‘creatief denken’ zijn toegevoegd. Het lijkt ons goed als er wordt toegelicht waarom juist de weggelaten denkactiviteiten volgens het ontwikkelteam niet belangrijk zijn en de door hen toegevoegde bekwaamheden dat wel zijn.
      • De reactie bij het 4e tussenproduct is nog sterker dan de vorige reacties:
        Er blijkt over het geheel genomen niet veel vernieuwing uit de koker van het ontwikkelteam te komen.
      • De reactie op het eindproduct is niet echt enthousiast te noemen.
      • De aanbevelingen voor het bovenbouwtraject laten zien wat er anders had gemoeten bij het ontwikkelen van het curriculum:
        We pleiten voor brede ontwikkelteams, waarin niet alleen leraren zitting hebben, maar ook vakdidactici, docenten van vervolgopleidingen, vakinhoudelijke experts en leden van de vakverenigingen, ondersteund door experts van SLO.

Een bloemlezing van reacties van de vakinhoudelijke experts:

      • “Mijn advies is dus om duidelijk te maken wat het probleem is met de huidige curricula, wat de doelen zijn van de nieuwe curricula, hoe die worden gerealiseerd, en tot welke veranderingen dit leidt.”
      • “Ik maak me zorgen over de beperkte input die het team heeft geraadpleegd bij het opstellen van dit tussenproduct.”
      • “Het lijkt echter nodig hun expertise aan te vullen met kennis van curriculumontwikkeling en didactiek en met ervaring in wiskundig onderzoek en toepassingen.”
      • “Het is een vlak stuk, dat teleurstelt door een gebrek aan visie en inhoud.”
      • “De opbrengsten van Curriculum.nu stellen teleur. Voor wiskunde heeft het project tot nu toe bekende waarheden opgeleverd, tegen een forse investering. Het eerste tussenproduct bevat geen nieuwe gezichtspunten, het derde is een pas op de plaats. Knelpunten krijgen geen aandacht, vernieuwing stagneert.”
      • “Het is jammer dat de visie van het team op het leergebied niet dieper graaft.”

Hoogleraar Gert Biesta is ook niet echt positief over de diepgang van de voorstellen:

Ik heb, voor mijn column in Didactief, de voorstellen voor Kunst en cultuur en Burgerschap gelezen. Het werd me daarbij niet goed duidelijk wat er met ‘de drieslag’ wordt gedaan. Ik heb tot nu toe geen document kunnen vinden waarin curriculum.nu serieus en gedetailleerd probeert de ideeën van de drieslag te analyseren en documenteren. Ik heb het idee dat het “vrij spel” is, dat wil zeggen dat alle groepen er op hun eigen manier mee om zijn gegaan. Ik heb inderdaad gezien dat “mijn” drieslag wordt gehanteerd, maar ik ben er nog steeds niet achter hoe precies.

Curriculumvernieuwing

Bij de vernieuwing van het onderwijscurriculum is gekozen voor een centrale rol van leraren en scholen. Dat juich ik toe maar voor deze onderwijsvernieuwing pakt dat niet goed uit. De leden van de ontwikkelteams zijn relatief jong, voornamelijk in de leeftijdscategorie 30 tot 45. Veel leden hebben op LinkedIn ‘onderwijsvernieuwer’ in hun functieomschrijving staan. Ook opvallend is het lage aantal ontwikkelscholen in het VO; voor het leergebied Rekenen en Wiskunde is dat er slechts één: het Praedinius Gymnasium in Groningen.

Van Amber Walraven zag ik onlangs de volgende tweet die exemplarisch is voor de gang van zaken bij curriculum.nu:

Ik vergeet het nooit in de beginfase. Er was net begonnen, net een eerste voorstel van Schnabel. We zouden het er over hebben met Douma en lerarenopleidingen. De eerste vraag: Dus dit gaat gebeuren, dit gaat het worden. Wat moeten jullie veranderen om hier toe op te leiden? Toen ik daar iets over vroeg, van goh, kunnen we het eerst hebben over de wenselijkheid en inhoud van aanpassingen, werd me duidelijk gemaakt dat dat niet kon en mocht. Daar was die sessie niet voor bedoeld. Achteraf gezien had ik toen weg moeten lopen.

Ook Biesta signaleert dat fundamentele kritiek niet wordt opgepakt:

Ik heb ook nog op andere problemen gewezen – bijvoorbeeld dat er twee heel verschillende interpretaties van de idee van “grote vragen” circuleren, en ook dat de documenten eigenlijk blijk geven weinig kaas te hebben gegeten van curriculumtheorie en curriculumontwikkeling. En ik heb laten zien hoe volgens mij de drieslag opgepakt zou moeten worden in de curriculumontwikkeling. Is dat opgepakt door de ontwikkelteams? Ik denk het niet, getuige wat er bij burgerschap en kunst en cultuur uit is gekomen. Ik denk dat het proces al te ver onderweg was.

Onderwijsminister Arie Slob begon zijn ambtstermijn goed: van oorsprong leraar, rekentoets afgeschaft, lerarenregister op losse schroeven. Het lijkt er helaas op dat Arie Slob inmiddels de tactiek van Sander Dekker heeft omarmd: beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd. Kritiek ten aanzien van het curriculumvernieuwingsproces wordt genegeerd.

Conclusie

Voordat ik deze blog begon te schrijven had ik mijn conclusie al klaarliggen: “het had allemaal wat beter gekund maar het eindresultaat is goed genoeg”. Nu ik me meer in de materie verdiept heb, ben ik kritischer dan ik al was.

Drie problemen komen in alle reacties terug: (1) De ontwikkelteams staan onder hoge tijdsdruk, (2) de vakinhoudelijke en didactische onderbouwing moet beter, en (3) een duidelijke visie op het curriculum en curriculumontwikkeling ontbreekt.

Er zijn dus nog wat vragen die Arie Slob moet beantwoorden om mij te overtuigen van de kwaliteit van dit curriculum. De ontwikkelteams hebben zichtbaar veel tijd en energie gestoken in de ontwikkeling van de bouwstenen voor het vernieuwde curriculum. Ik hoop oprecht dat er een vernieuwd curriculum komt maar ik heb twijfels bij het huidige resultaat.

Toetsanalyse Excel-sheet

Screenshot van de Excel-sheet Toetsanalyse

Om cijfers te berekenen gebruik ik een Excel-sheet. In deze sheet zit ook een optie om cijfers te berekenen waarbij sprake is van een N-term.
Deze sheet gebruik ik ook om te zien welke vragen goed en slecht scoren.

Toetsanalyse

Template CSE

Je kent het wel, je wilt een schoolexamen maken en probeert het schoolonderzoek exact hetzelfde te laten lijken als een echt examen. Je hoeft niet verder te zoeken, hier is een template waarmee je dat netjes kunt doen:

Template CSE

N-term

Voor wie een idee wil hebben wat de invloed van de n-term op de cijfers is:

Op de horizontale as staat het aantal punten, op de verticale as het cijfer dat daarbij hoort.

Een hoge n-term (moeilijk examen; n>1,0)  betekent dat de cijfers bij lage scores relatief hoger zijn dan de cijfers bij hoge scores. Oftewel: het is makkelijker om een voldoende te halen.

Een lage n-term (makkelijk examen; n<1,0) betekent dat slechtscorende leerlingen er relatief minder op vooruitgaan dan gemiddeld- of goedscorende leerlingen.

Bestanden lerarenopleiding wiskunde aan de Hogeschool Rotterdam

Inspiratie nodig? Voor de volgende vakken heb ik de verslagen online gezet:

 LERSLC01X Vakdidactiek
 WISH1B04X Vakdidactiek
 WISC2102X Wiskunde & Cultuur A
 WISC2301X Wiskunde & Kunst
 WISH2C01X Vakdidactiek
 WISVM201X

Vlakke meetkunde 2

Geogebra bestanden (zip-file)

 LERADS01X Activerende didactiek
 WISCG01X Wiskunde & Geschiedenis
 WISH4101X Vakdidactiek 4
 WISAFS04X  Afstudeeronderzoek

 

RoboMind vs Bomberbot vs Scratch vs Codecademy

coding with robomindProgrammeren is hot. Er gaat geen dag voorbij zonder nieuwsberichten over kinderen die op school leren programmeren. Neelie Kroes rent zich rot om alle start-ups langs te gaan. Softwarebedrijven hebben een pact gesloten met programmeurs om ze gratis les te kunnen laten geven en lesmateriaal te ontwikkelen.

Stel je bent een basisschool of middelbare school en je wilt aan de slag met programmeren. Welk programma kies je? Speciaal voor scholen in het PO en VO heb ik de vier belangrijkste ‘coding’-websites op de pijnbank gelegd: RoboMind, Bomberbot, Scratch en Codecademy. En dit is het resultaat:

RoboMind

Bomberbot

Codecademy

Scratch

Inhoud
In het Nederlands? Ja Ja Nee Ja
Niveau Geschikt voor groep 6, 7, 8 van het PO en klas 1 en 2 van het VO (afhankelijk van het niveau) Vooral geschikt voor leerlingen in het PO. Met name geschikt voor leerlingen met een hoger niveau in het VO, denk aan havo/vwo 1 t/m 6. Geschikt voor vrijwel alle leeftijden, afhankelijk van het type opdracht.
Lesbrieven voor de docent Geen complete lesbrieven, wel complete beschrijvingen. En met Google zijn er lesbrieven te vinden. Ja Nee, misschien ook niet nodig. Ja, bijvoorbeeld op codekinderen.nl
Aantal beschikbare lessen 15 16 Veel, genoeg om een jaar bezig te blijven. Er zijn inmiddels veel voorbeelden.
Feedback tijdens het programmeren? Ja Nee Ja Nee
Design
Registratie De docent regelt de toegang voor de leerlingen. De docent regelt de toegang voor de leerlingen. Aanmelden met Google of Facebook is ook mogelijk. Alle leerlingen moeten zelf een account aanmaken.
Web based? Ja Ja Ja Ja
Voortgang inzichtelijk? Ja, tot in detail is de leerling te volgen. Ja, zitten nog wat schoonheidsfoutjes in. Weinig detail. Ja, tot in detail is de leerling te volgen. Ja, op basaal niveau.
Intuïtief Ja Redelijk Ja Ja
Look&Feel Prima, iets meer afwisseling zou de spelervaring verbeteren. Prima, iets meer afwisseling zou de spelervaring verbeteren. Prima voor leerlingen die al ver gevorderd zijn. Krachtig voor leerlingen die visueel ingesteld zijn.
Aanschaf
Impressie YouTube YouTube YouTube YouTube
Extra’s RoboMind is compatible met Lego Mindstorms  Bomberbot neemt deel aan het CodePact.  – Het is mogelijk om Scratch te combineren met de Arduino!
Prijs €5 per leerling,
en €100 per docent.
€250 per klas,
of €10 per leerling.
 Gratis  Gratis
Website Robomind Academy Bomberbot Codecademy Scratch

Conclusie:

Qua prijs verschillen Bomberbot en Robomind niet zo veel. Bomberbot is duidelijk nog bezig met de ontwikkeling van hun product waar Robomind wat professioneler en volwassener is. Zelf zou ik adviseren om te beginnen met Bomberbot voor basisschoolleerlingen, daarna overstappen naar RoboMind, en als ze daar klaar mee zijn overstappen naar Codecademy.

 

Update 14-08-2015 | 15:50

Robomind heeft een update gekregen waarbij Learning Analytics worden toegepast. Hierbij wordt direct duidelijk welke vaardigheden de leerling onder controle heeft.

 

Update 21-10-2019

Bij ons op school wordt nu vooral Scratch gebruikt. Gratis. Collega Jeroen van den Ende heeft een serie lesbrieven geschreven waarmee met veel plezier gewerkt wordt. Aanrader!

“Het boek was beter” – Over wiskunde apps

Staatssecretaris Dekker van onderwijs is een nationale brainstormsessie begonnen met de hashtag #onderwijs2032. Eén van de vragen die naar boven komt is: welke plaats krijgt ICT in het onderwijs? En hoe staat het met de wiskunde apps?

Over digitaal onderwijs in het algemeen is al veel gezegd. Het gebruik van ICT in het PO en VO neemt toe [Stichting leerplanontwikkeling (SLO), 2010]. In een van mijn vorige blogs schreef ik al kort iets over onderwijs in 2025. Uit onderzoek blijkt dat veel docenten op zoek zijn naar software en materialen die ingezet kunnen worden [Zwaneveld & Rigter, 2009] [Giling & Van der Laan, 2005]. In deze blog wil ik specifiek in gaan op de apps in het wiskundeonderwijs op het vmbo. Daarbij stel ik mezelf drie vragen: Welke apps zijn er?, Welke apps hebben we nodig? en Wat moet er gebeuren?

2015

Wat is er? Zoals gezegd zijn we dit jaar op onze school begonnen met chromebooks. Sinds begin van het schooljaar ben ik op zoek naar apps die ondersteuning bieden bij de wiskundelessen. Anders dan bij talen of zaakvakken is er bij wiskunde behoefte aan specifieke apps.

Het resultaat is mager. De meeste apps voldoen inhoudelijk en didactisch niet [Stichting leerplanontwikkeling (SLO), 2010], vooral voor vmbo-ers. Voorbeelden hiervan: rekenlessen.nl en digitaalrekenboek.nl. Van de apps die wel voldoen zijn de meeste niet gebruiksvriendelijk (zoals de apps van de DWO en WikiWijs) of technisch beperkt (fflerenrekenen.nl).
Software is in, tegenstelling tot wat Drijvers zegt [Drijvers, 2011], meestal nog niet volwassen (denk aan de digitale methode van Getal&Ruimte) of juist ver over de datum (denk aan de applets van WisWeb).

Wat is wél bruikbaar? GeoGebra werkt erg prettig, al is de koppeling met Google Classroom nog niet vlekkeloos. Voor het afnemen van eenvoudige toetsen is Google Forms een goede oplossing (eventueel in combinatie met een eigen chrome-app). Leerlingen werken samen aan documenten en presentaties met Google Docs. MathPlus heeft op dit moment al wel materiaal ontwikkeld voor havo/vwo, helaas nog niet voor het vmbo. En op YouTube zijn waanzinnig veel bruikbare instructievideo’s te vinden.

2032

De ideale leeromgeving ziet er wat mij betreft als volgt uit, daarbij geïnspireerd door anderen [Simons, 2005]:

  • Er is een schoolbrede, vakoverstijgende ELO (elektronische leeromgeving);
  • Op deze ELO staan instructievideo’s voor de leerling;
  • Binnen deze ELO maakt de leerling opdrachten met behulp van diverse apps:
    • voor meetkunde een GeoGebra variant die meer geschikt is voor vmbo-ers;
    • voor algebra en analyse een app waarmee sommen stap-voor-stap uitgewerkt kunnen worden (zoiets als de software van de DWO maar dan beter);
    • voor rekenen een app waarmee leerlingen leren rekenen met de basisschooldidactiek als start;
  • Aanwezigheidsregistratie, huiswerk/studiewijzers en cijfers staan in Magister of SOMtoday;
  • Het (samen) maken en inleveren van opdrachten en toetsen met bijvoorbeeld Google Education / Google Classroom of Edmodo;

Voorwaarden:

  • Alle onderdelen zijn onderling met elkaar verbonden zodat data niet handmatig overgezet hoeft te worden;
  • De ELO is up-to-date qua techniek en design, gebruiksgemak staat centraal;
  • Leerlingen leren zelfstandig vanuit de ELO (de uitgevers kunnen een voorbeeld nemen aan een website als codecademy.com of robomindacademy.com);

2015 – 2032

Bij alle nieuwe digitale wiskunde-methodes die ik tot nog toe zie, denk ik “Het boek was beter”. Wat moet er gebeuren? De sleutel tot verandering ligt bij de uitgevers.

Over de apps: De uitgevers (Noordhoff, Malmberg) moeten wakker worden. Zelfs de laatste updates van digitaal lesmateriaal zijn niet om over naar huis te schrijven. ICT in de les betekent niet automatisch dat het leerrendement hoger is [Doorman, 2013]. Uitgevers roepen om het hardst hoe geweldig hun apps zijn, maar op de digitale snelweg worden ze links en rechts ingehaald door professionelere websites als Mathplus, MathUnited en Rekenblokken. Pas als de apps beter zijn en betere resultaten opleveren dan papier, potlood en geodriehoek zullen wiskundedocenten overstappen.

Wat betreft de video’s: De uitgevers kunnen twee dingen doen: óf ze gaan snel aan de slag om zelf hun audiovisuele content te produceren, óf ze kopen de video’s in van anderen. Een rondje op YouTube laat zien dat er iedere dag nieuwe instructievideo’s worden geüpload. De heren van ed YouTube-kanalen Wiskundeacademie, Jan Willem Eckhardt en HMeihuizen laten zien dat de instructievideo’s volwassen zijn geworden. Het lijkt mij het beste als de uitgevers hún video’s inkopen; hiermee krijgen de makers van instructievideo’s op YouTube iets terug voor de moeite, daarnaast leveren de YouTube-docenten meer kwaliteit.

2032 is nog ver weg. Er moet nog veel gebeuren. Grote internetbedrijven hebben de uitdaging op zich genomen, samen met docenten door het hele land. En hoewel de digitalisering van het onderwijs nog in de kinderschoenen staat, ziet het resultaat er veelbelovend uit.