Commentaar bij het debat Begroting OCW (1e termijn)

Gisteren was het debat over de begroting van OCW. Wie het gemist heeft kan het debat hier terugkijken. Voor wie geen zin heeft het debat te bekijken maar toch een idee wil krijgen van wat er gezegd is, is er een samenvatting en ik heb voor mezelf wat opvallende zaken op een rijtje gezet:

  • Het debat begint met Alexander Kops van de PVV. Hij roeptoetert iets over een gebrek aan rust, reinheid, regelmaat. Als je dat aan mijn leerlingen vraagt zullen ze eerder het tegenovergestelde zeggen. Dan valt de kreet “multiculturele hel”. In de klas moet het volgens Kops weer gaan om “kennisoverdracht, puur kennisoverdracht”. Alsof dat überhaupt kan! Curriculum.nu is volgens hem ook allemaal geldverspilling. Next.
  • Dan Rudmer Heerema van de VVD. Hij is blij met de huidige aanpak, ja hij zei het echt! Noemt vervolgens een rij scholen met een hoge eigen bijdrage. Ik denk dan: dat is het gevolg van de keuzes die de VVD maakt. En zegt iets over een toename van 160% in 22 jaar. Met een inflatie van 2% is dat logisch, “rente over rente” roepen mijn leerlingen dan.
  • Leraren op de publieke tribuneLisa Westerveld van GroenLinks is de eerste die een poging doet om te achterhalen hoe het lerarentekort ontstaan is, door zwabberbeleid. Zwabberbeleid is mijns inziens het gevolg van verkiezingen om de 3 a 4 jaar, daarover straks meer.
  • Michel Rog van het CDA: Als we de WW-uitkeringen verlagen kunnen we de salarissen wellicht verhogen. “Maak het mogelijk dat leraren in de vakanties kunnen doorwerken”; hoongelach valt hem ten deel.
  • Dan Peter Kwint van de SP. Hij vult de tijd met het voorlezen van emails van leraren. Kwint heeft het vooral over het probleem maar niet over een oplossing. Hij houdt een verhaal voor de bühne. Het komt me over als een verhaaltje van de SP om kiezers te trekken.
  • Paul van Meenen van D66 begint met “onze vriendschap met het onderwijs”. Presenteert zich als slachtoffer van de situatie. Ik kan niet anders, dit is de politieke samenstelling, meer is niet haalbaar gebleken. Hij vergeet te zeggen dat de D66 bij de begrotingsonderhandelingen heeft zitten slapen. Opvallend is dat hij daarna over een vorige kabinetsperiode zegt “het bleek dat het kon toen wij het eisten”.
  • Kirsten van der Hul van de PvdA komt in eerste instantie sympathiek over. Ze krijgt een aantal keren applaus van de mensen op de publieke tribune, niet terecht naar mijn mening. De PvdA trekt een grote broek aan en speelt verontwaardiging over het huidige kabinet maar is zelf verantwoordelijk voor de bezuinigingen van een aantal jaar geleden. Van der Hul pareert vragen over het ontstaan van de loonkloof toen de PvdA aan de macht was met “ik wil vooruitkijken”. Ja, dat zou ik ook zeggen, maar kijk nu eens wél terug. Het lerarentekort is het gevolg van falend beleid.
  • Eppo Bruins van de CU verdedigt vooral het kabinetsbeleid en vindt dat dit kabinet goede stappen zet. Wil verder de verkiezingen afwachten. Verder nog iets over te weinig mannen in het PO (mee eens).

Een paar conclusies:

  1. De kwaliteit van de bijdrage aan het debat lijkt omgekeerd evenredig aan de fractiegrootte, de bijdragen van PVV, VVD en CDA blinken uit in nietszeggendheid.
  2. Het standpunt van de coalitiepartijen is: over structurele extra middelen moet een volgend kabinet beslissen. Alsof dat niet nu al zou kunnen? VVD, CDA, D66 en CU moeten eerlijk zijn en zeggen dat ze ervoor kiezen om geen extra geld naar het onderwijs te schuiven. En waarom wachten tot de volgende verkiezingen? Dan wordt het debat weer bepaald door andere onderwerpen.
  3. De coalitie heeft weinig te vrezen van de oppositiepartijen. Ik hoor weinig concrete oplossingen of een totaalplan om het lerarentekort op te lossen.
  4. Voor ons, leraren, leerlingen, ouders, is er nog maar één drukmiddel: structureel staken.

Word leraar

Als je wilt weten waarom je geen leraar moet willen worden, heb je de afgelopen dagen veel gehoord. Toch kies ik er bewust voor om leraar te zijn en leraar te blijven. Waarom?

Voordat ik leraar was, werkte ik in een testlab van het NMi. Daar werkte ik als approvals expert, een leuke baan, maar echt uitdagend was het niet. Na een paar jaar sloeg de verveling toe (ik raak snel verveeld).

Topsport

In het onderwijs is dat totaal anders. De mentale uitdaging is enorm. Je hebt veel verschillende rollen die je allemaal moet beheersen. Je bent vader, teamcoach en presentator. Maar ook scheidsrechter, manager, praatpaal, ambtenaar, entertainer, hondentrainer, schoonmaker, spelverdeler en facilitair medewerker. Je moet ieder uur een groep van 30 stuiterende pubers iets ‘leren’, wat dat ook moge zijn. Pubers zijn direct, hard, grappig, emotioneel en eerlijk. Onderwijs is topsport.

Groentje

Behalve mentaal uitdagend vergt lesgeven ook een cognitieve ontwikkeling zonder einde. Dit is mijn zevende jaar als leraar. Gisteren hadden we een studiedag met Tim Surma en ik kreeg het gevoel dat ik nog echt een groentje ben. En dat is ook zo, het duurt gemiddeld tien jaar voordat een leraar ‘volgroeid’ is. In het onderwijs kun je daarna nog alle kanten op. Je kunt je specialiseren als mentor, leerlingbegeleider, zorgcoördinator, vakexpert, coach of als leidinggevende. Je bent nooit uitgeleerd.

Geen bullshitjob

Je doet ertoe. Je speelt een rol in een ontzettend bepalende periode in het leven van een jong mens. Het verveelt nooit. Met een lach en een traan.
Gisteren, bijvoorbeeld, had ik een mooi gesprek met mijn mentorklas over racisme naar aanleiding van een opmerking van een andere leerling dat wij allemaal in een witte bubbel zitten. Ik vroeg of mijn mentorleerlingen dit herkennen.
Jack reageert als eerste: “Meneer, maar het is wel een beetje gek dat mensen die naar de zonnebank gaan om een bruin te worden toch vaak racistisch zijn.” Iedereen lacht.
Ik probeer het nog een keer: “Fadoua, jij bent van kleur, merk je dat je soms anders behandeld wordt?”
“Ja, …” Fadoua begint met praten, wil iets zeggen, begint te hakkelen, stopt dan. Ze begint opnieuw, valt stil. De tranen staan in haar ogen. De klas wordt stil, niemand zegt iets.

Word leraar

Lesgeven, leraar zijn, in het onderwijs werken, is dus intens. En dat is precies wat ik wil, intens leven. Ik wil nooit meer terug naar die saaie kantoorbaan. Spreekt dit je aan? Word ook leraar!

Mijn reactie op Curriculum.nu

Twee weken geleden kreeg ik een bericht van een oud-collega via LinkedIn. Hij is betrokken bij curriculum.nu en vraagt zich af waarom ik vooral negatieve berichten deel. Deze post is mijn reactie.

Beste …,

Door de berichten die ik deel, heb je misschien de indruk dat ik tegen onderwijsvernieuwing ben of tegen de herziening van het curriculum. Dat is niet zo. Dat het huidige curriculum onder de loep genomen wordt, is mijns inziens een goede zaak (al was het alleen al om leraren weer aan het denken te zetten). Waarom dan toch kritisch?

Aanloop naar curriculum.nu

Ik herinner me nog de hashtag #onderwijs2032. Dit platform beoogde te komen tot een toekomstbestendig curriculum. De kritiek was destijds niet van de lucht. Toenmalig staatssecretaris Sander Dekker heeft zich er niet populair mee gemaakt, en hij was zeg maar al niet echt populair. Het lijkt erop dat Slob dit project gereanimeerd heeft en vervolgens een nieuwe naam gegeven.

Wat ik me ook herinner is de voortdurende nadruk van Sander Dekker en andere onderwijsvernieuwers op 21st century skills. Meestal samengevat als “kinderen moeten leren programmeren”. Ik ben zeker niet tegen leren programmeren of het gebruik van ICT. Johannes Visser van De Correspondent heeft onderzoek gedaan naar de plotselinge populariteit van ‘coding’. Zijn conclusie is dat grote techbedrijven als Google en Microsoft miljoenen steken in de lobby voor het opnemen van computational thinking in het curriculum van het (basis)onderwijs. En daar vond de PO-raad ook iets van.

Dit zorgt ervoor dat ik niet direct overloop van enthousiasme voor curriculum.nu. Maar er is meer.

Inhoud van het nieuwe curriculum

Curriculum.nuOm eerlijk te zijn heb ik van wiskunde en wiskundedidactiek weinig verstand. Van pedagogiek, cultuur of burgerschap weet ik nog minder. Daarom beperk ik me voor het leergebied Rekenen en Wiskunde tot de reacties van de NVvW en de vakinhoudelijke experts, en de reactie van Gert Biesta voor de leergebieden Kunst en cultuur en Burgerschap.

Een paar opmerkingen uit de reacties van de NVvW:

      • Reactie op 1e tussenproduct:
        In de visie wordt op verschillende onderwerpen een standpunt ingenomen over de huidige situatie en gewenste verandering. We zijn van mening dat voor deze uitspraken een onderbouwing ontbreekt. We missen daarbij een literatuurlijst van geraadpleegde bronnen ter onderbouwing van uitspraken en de geciteerde werken in de conceptvisie op het leergebied.
      • Reactie op 2e tussenproduct:
        We missen een probleemanalyse: waar/waarom schiet het nu te kort en is extra aandacht nodig (hoe en ten koste van wat)? Oftewel: wat willen we anders doen dan we nu doen? En waarom willen we dat? In het procesverslag staat dat het overzicht bekwaamheden is gebaseerd op o.a. de wiskundige denkactiviteiten. Hieruit zijn ‘ordenen en structureren’, ‘formules manipuleren’ en ‘abstraheren’ weggelaten en ‘kritisch denken’, ‘communiceren’ en ‘creatief denken’ zijn toegevoegd. Het lijkt ons goed als er wordt toegelicht waarom juist de weggelaten denkactiviteiten volgens het ontwikkelteam niet belangrijk zijn en de door hen toegevoegde bekwaamheden dat wel zijn.
      • De reactie bij het 4e tussenproduct is nog sterker dan de vorige reacties:
        Er blijkt over het geheel genomen niet veel vernieuwing uit de koker van het ontwikkelteam te komen.
      • De reactie op het eindproduct is niet echt enthousiast te noemen.
      • De aanbevelingen voor het bovenbouwtraject laten zien wat er anders had gemoeten bij het ontwikkelen van het curriculum:
        We pleiten voor brede ontwikkelteams, waarin niet alleen leraren zitting hebben, maar ook vakdidactici, docenten van vervolgopleidingen, vakinhoudelijke experts en leden van de vakverenigingen, ondersteund door experts van SLO.

Een bloemlezing van reacties van de vakinhoudelijke experts:

      • “Mijn advies is dus om duidelijk te maken wat het probleem is met de huidige curricula, wat de doelen zijn van de nieuwe curricula, hoe die worden gerealiseerd, en tot welke veranderingen dit leidt.”
      • “Ik maak me zorgen over de beperkte input die het team heeft geraadpleegd bij het opstellen van dit tussenproduct.”
      • “Het lijkt echter nodig hun expertise aan te vullen met kennis van curriculumontwikkeling en didactiek en met ervaring in wiskundig onderzoek en toepassingen.”
      • “Het is een vlak stuk, dat teleurstelt door een gebrek aan visie en inhoud.”
      • “De opbrengsten van Curriculum.nu stellen teleur. Voor wiskunde heeft het project tot nu toe bekende waarheden opgeleverd, tegen een forse investering. Het eerste tussenproduct bevat geen nieuwe gezichtspunten, het derde is een pas op de plaats. Knelpunten krijgen geen aandacht, vernieuwing stagneert.”
      • “Het is jammer dat de visie van het team op het leergebied niet dieper graaft.”

Hoogleraar Gert Biesta is ook niet echt positief over de diepgang van de voorstellen:

Ik heb, voor mijn column in Didactief, de voorstellen voor Kunst en cultuur en Burgerschap gelezen. Het werd me daarbij niet goed duidelijk wat er met ‘de drieslag’ wordt gedaan. Ik heb tot nu toe geen document kunnen vinden waarin curriculum.nu serieus en gedetailleerd probeert de ideeën van de drieslag te analyseren en documenteren. Ik heb het idee dat het “vrij spel” is, dat wil zeggen dat alle groepen er op hun eigen manier mee om zijn gegaan. Ik heb inderdaad gezien dat “mijn” drieslag wordt gehanteerd, maar ik ben er nog steeds niet achter hoe precies.

Curriculumvernieuwing

Bij de vernieuwing van het onderwijscurriculum is gekozen voor een centrale rol van leraren en scholen. Dat juich ik toe maar voor deze onderwijsvernieuwing pakt dat niet goed uit. De leden van de ontwikkelteams zijn relatief jong, voornamelijk in de leeftijdscategorie 30 tot 45. Veel leden hebben op LinkedIn ‘onderwijsvernieuwer’ in hun functieomschrijving staan. Ook opvallend is het lage aantal ontwikkelscholen in het VO; voor het leergebied Rekenen en Wiskunde is dat er slechts één: het Praedinius Gymnasium in Groningen.

Van Amber Walraven zag ik onlangs de volgende tweet die exemplarisch is voor de gang van zaken bij curriculum.nu:

Ik vergeet het nooit in de beginfase. Er was net begonnen, net een eerste voorstel van Schnabel. We zouden het er over hebben met Douma en lerarenopleidingen. De eerste vraag: Dus dit gaat gebeuren, dit gaat het worden. Wat moeten jullie veranderen om hier toe op te leiden? Toen ik daar iets over vroeg, van goh, kunnen we het eerst hebben over de wenselijkheid en inhoud van aanpassingen, werd me duidelijk gemaakt dat dat niet kon en mocht. Daar was die sessie niet voor bedoeld. Achteraf gezien had ik toen weg moeten lopen.

Ook Biesta signaleert dat fundamentele kritiek niet wordt opgepakt:

Ik heb ook nog op andere problemen gewezen – bijvoorbeeld dat er twee heel verschillende interpretaties van de idee van “grote vragen” circuleren, en ook dat de documenten eigenlijk blijk geven weinig kaas te hebben gegeten van curriculumtheorie en curriculumontwikkeling. En ik heb laten zien hoe volgens mij de drieslag opgepakt zou moeten worden in de curriculumontwikkeling. Is dat opgepakt door de ontwikkelteams? Ik denk het niet, getuige wat er bij burgerschap en kunst en cultuur uit is gekomen. Ik denk dat het proces al te ver onderweg was.

Onderwijsminister Arie Slob begon zijn ambtstermijn goed: van oorsprong leraar, rekentoets afgeschaft, lerarenregister op losse schroeven. Het lijkt er helaas op dat Arie Slob inmiddels de tactiek van Sander Dekker heeft omarmd: beter ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd. Kritiek ten aanzien van het curriculumvernieuwingsproces wordt genegeerd.

Conclusie

Voordat ik deze blog begon te schrijven had ik mijn conclusie al klaarliggen: “het had allemaal wat beter gekund maar het eindresultaat is goed genoeg”. Nu ik me meer in de materie verdiept heb, ben ik kritischer dan ik al was.

Drie problemen komen in alle reacties terug: (1) De ontwikkelteams staan onder hoge tijdsdruk, (2) de vakinhoudelijke en didactische onderbouwing moet beter, en (3) een duidelijke visie op het curriculum en curriculumontwikkeling ontbreekt.

Er zijn dus nog wat vragen die Arie Slob moet beantwoorden om mij te overtuigen van de kwaliteit van dit curriculum. De ontwikkelteams hebben zichtbaar veel tijd en energie gestoken in de ontwikkeling van de bouwstenen voor het vernieuwde curriculum. Ik hoop oprecht dat er een vernieuwd curriculum komt maar ik heb twijfels bij het huidige resultaat.

Update 31 januari 2020

De laatste weken zijn er weer nieuwe ontwikkelingen geweest. De hoorzittingen in de Tweede Kamer zijn voorbij. Ook op dit artikel is gereageerd. Daarom een korte update met mijn reactie op de reacties.

Hoe relevant zijn de tussenproducten? Het eindproduct is toch het enige dat telt?

Ja, mee eens. Maar als het eindproduct niet goed genoeg is, dan is de eerste vraag: wat is er met de tussentijdse reacties uit het veld gedaan?

Dit is nog niet het eindproduct. Dit zijn alleen maar de bouwstenen. Het is een iteratief proces.

Goed dat het de insteek van Curriculum.nu is om dit proces om de zoveel jaar te herhalen, zo hoort het ook. Vraag is wel of het huidige eindproduct goed genoeg is. Voor sommige leergebieden zoals Bewegen & Sport wel, bij andere leergebieden komen de voorstellen minder goed uit de verf. De NVvW heeft nogal wat bedenkingen.

Wat is er mis met de visie van Curriculum.nu op curriculumvernieuwing?

Tijdens de hoorzittingen was de kritiek vooral op dit punt gericht. Samengevat:

  1. Joke Voogt, bijzonder hoogleraar ICT en Curriculum aan de UvA: Het proces is hijgerig. Te politiek geladen.
  2. Wilna Meijer, universitair hoofddocent pedagogiek Universiteit Groningen: De commissies zijn inhoudelijk niet voldoende toegerust voor deze taak.
  3. Fred Janssen, hoogleraar didactiek natuurwetenschappen: er zijn bouwstenen ontwikkeld zonder bouwplan.
  4. Jelmer Evers, Aob: niet nu.
  5. Ebrina Smallegange, bestuurslid NVvW: vaag, wollig, inefficient.

Persoonlijk ben ik voor een curriculumherziening, maar de na de hoorzittingen gezien te hebben ben ik eerder negatiever geworden dan positief.

Toetsanalyse Excel-sheet

Screenshot van de Excel-sheet Toetsanalyse

Om cijfers te berekenen gebruik ik een Excel-sheet. In deze sheet zit ook een optie om cijfers te berekenen waarbij sprake is van een N-term.
Deze sheet gebruik ik ook om te zien welke vragen goed en slecht scoren.

Toetsanalyse

Template CSE

Je kent het wel, je wilt een schoolexamen maken en probeert het schoolonderzoek exact hetzelfde te laten lijken als een echt examen. Je hoeft niet verder te zoeken, hier is een template waarmee je dat netjes kunt doen:

Template CSE